Ik heb de klok en jij hebt de tijd.

augustus 26, 2009 - Leave a Response

“Papa, wanneer mag ik eens mee naar Afrika?”, als jonge sociaal werker die zijn stage had gedaan bij een NGO voor ontwikkelingssamenwerking was Afrika bezoeken vergelijkbaar met de Olympische Spelen voor een sportman, een stille droom zeg maar…
Tot begin 2009 het bericht kwam dat alles in kannen en kruiken was en ik naar het UZ mocht hollen om de nodige vaccins te krijgen. Het avontuur kon nu echt beginnen…!

De eerste indrukken…

Het is al goed donker als de eerste Afrikaanse geuren onze zintuigen bereiken. Aan de controle en douanes ziet het zwart van het volk (ebdem ?). Blijkbaar zijn we een van de weinige niet-Afrikaanse vluchten die landen in Bujumbura, de hoofdstad van Burundi. Onze aankomst is dan ook een evenement van jewelste met de nodige chaos bij het terugvinden en organiseren van je bagage.
Tussen de militairen met mitraillet in de hand door treffen we onze Afrikaanse Mutualiteitsvrienden Pierre en Vedaste aan. Zij brengen ons richting stad met een busje. Onze bagage vliegt in zo’n hippe jeep met een enorme laadruimte aan in openlucht. Gelukkig is het nog 26° om 22u en hoeven we ons niet druk te maken om een extra trui of een regendruppel.

De mensen

Onze reisgenoten (hun 29ste keer) zijn zo goed als Burundese allochtonen en laten ons toe om dagdagelijks nieuwe mensen te ontmoeten : een priester, een arts, de communicatieadviseur van het bisdom,… Je maakt niet meer kennis met ‘nen Afrikaan’, maar een persoon met een verhaal. En kennismaken doe je door een hand te geven en een omhelzing (als je iemand al een beetje beter kent). Daarna sla je een praatje, want ‘dringend ergens naartoe moeten’ staat hier niet in het woordenboek. ‘Amahoro’ wel, en dat betekent ‘Vrede’. Je gebruikt het om elkaar te begroeten.
Communiceren doen we hier trouwens in het Frans (à la Africaine). Als je echter wat dieper in de dorpen gaat, moet je terugvallen op het Kirundi, wat nauwelijks te leren valt als je het als kind niet ingelepeld kreeg.

De visites

Vanuit de hoofdstad Bujumbura reden we ‘en danseuse’ langs het Tanganyikameer (met een schitterende zwemtemperatuur) en een tocht door het binnenland naar Gitega, onze uitvalsbasis en de tweede stad van het land.
Op zondag maakten we een Afrikaanse mis mee in de gevangenis, die me een sterk Prison Break-gevoel gaf. De gevangenis is een echte hel en je kan alleen maar hopen dat familie je af en toe wat geld of middelen toestopt zodat je eten kan kopen en zelf een plaatsje kan huren voor een nacht. De stallen zijn overboekt en niet iedereen kan ‘s nachts neerliggen. Als je daarbij telt dat ‘een beschuldiging’ voldoende kan zijn om daar 10 jaar van je leven door te brengen
Het laatste dat ik dan verwachtte waren klappende en dansende mensen tijdens de viering die we daar meemaakten. Van de hele mis in het Kirundi begreep ik geen snars, maar je voelde tenminste dat het om een ‘viering’ ging. Zingen, dansen, klappen en het begrip samenhorigheid echt voelbaar maken, het was mooi om te ervaren. Ik ben helemaal geen fan van ‘het geloof’, maar als ik zie welke hoop en kracht mensen daaruit putten, kan ik alleen maar blij zijn dat mensen daarop kunnen terugvallen. Bij het verlaten van de kapel op de binnenkoer werden we vergast op een optreden van de tambourinairs. Zoveel vreugde en hoop uitstralen in dergelijke omstandigheden is alvast één domein waarop zij rijker zijn dan ons.

Kennis maken met de mutualiteitsprojecten deden we op maandag. In het plaatselijke gezondheidscentrum gaan dagelijks toch een 200-tal consultaties door. Afhankelijk van het perspectief van waaruit je kijkt is het centrum een stap vooruit of een medische ramp. De Burundezen beheren zelf hun mutualiteitswerking en worden daarbij ondersteund door de CM. Dat de inwoners het project erg genegen zijn blijkt uit de overvolle vergadering die de verdere ontwikkeling van de mutualiteit op de agenda plaatst.
Zelf ben ik de rest van de week dag stap geweest met medewerkers van AVEDEC, een Burundese NGO die werkt rond de toegang basisvoorzieningen, waarvan water de belangrijkste is. Ik maakte de verkiezingen van een nieuw watercomité mee en was getuige van de opbouw van een educatiecentrum. AVEDEC is erg actief in de heuvels waar watertoegang nog niet vanzelfsprekend is. De beschikbare waterbronnen in de bergen worden samen met de bewoners gebruiksklaar gemaakt, waarna ook de bewoners vorming wordt aangeboden over hoe je op een hygiënische wijze met het water omgaat.

De cultuur

Tijdens de tweede week kregen we nog meer de kans om de Afrikaanse Cultuur op te snuiven. Het heerlijk groene kader waar je in rondloopt had een hoogtepunt tijdens het bezoek aan de Watervallen van Carrera: ongerept water waar je zo kan gaan onderstaan en je enkel natuurgeluiden hoort. Ook de hele tocht langs het Tanganika-Meer is een streling voor het oog.
De bewaarde geschiedenis van een land als Burundi is behoorlijk beperkt. Op een halfuurtje ben je door het Nationaal Museum waar primitief Afrika in enkele tientallen voorwerpen wordt voorgesteld. Ook de historische site in Gishora waar de laatste koning ooit verbleef is klein maar charmant. Het feit dat je het zo snel gezien hebt zegt soms net heel veel.
Dat Burundezen kunnen feest vieren bewijzen ze elke misviering opnieuw. De gewone eucharistie, een vormsel waar 800 kinderen tegelijk gevormd worden in de grote kathedraal of zelf een doopsel van een uiterst schattige drieling in een klein kapelletje van een plaatselijke zusterorde. Oorverdovend gezang en een aanstekelijk ritme geven een brandend warm gevoel in je buik, het is zoals een beetje verliefd worden…
En tenslotte moet ik ook dankbaarheid vermelden. Overal waar we kwamen was er iets voorbereid of werden we overstelpt met eten en cadeaus. Je wordt stil, een kippenvelgevoel bekruipt je en met een warm gevoel ga je slapen. Zeker die ene avond toen mijn nieuw petekindje werd gedoopt en ik haar mocht vasthouden tijdens het ritueel. Het meisje was 6 maand geleden nog op sterven na dood door ondervoeding… Het gevoel dat me overviel toen ik zelf een naam mocht kiezen en de belofte maken mee de zorg voor haar op te nemen tijdens het vervolg van leven is niet te verwoorden…

’t Logement

Geen Holiday Inn, geen zwembad en al helemaal geen bickyburgers als ontbijt. Burundezen eten normaal alleen ‘s avonds. Op het bisdom waar we verblijven kennen ze gelukkig een dikke snee brood met confituur. En na een goeie picknick maken ze ‘s avonds altijd alles klaar wat ze in huis hebben ; een soort stoofvlees, rijst, wortels en erwten en iets wat het midden houdt tussen frieten en gebakken patatten. De cultuur van het huis wil dat de gasten zich eerst van het vlees mogen bedienen en als er nog over is, krijgt de rest van de tafel ook nog wat, wat dan ook gebeurt. Honger lijden doen we hier dan ook niet. Bovendien hebben we een heel arsenaal aan koekjes en snoepjes waarmee we menig kinderhart hier laten sneller slaan. Op onze kamer beschikken we over elektriciteit, een emmer vol water en een fles drinkwater en een bed met een muskietennet rond, meer dan voldoende.

Wat ik onthou en meedraag…

Als je als blanke hier rondloopt, waan je je bij momenten een koning in volle aandacht waardoor ik me vaak toch onwennig voel. Zijn de blikken die je krijgt van afgunst naar ‘die Blanke’ of net interesse ? Ik ben er nog niet helemaal uit, maar het is sowieso een enorm rijke ervaring. De teloorgang van de evidentie laat je twijfelen over de dingen waar je altijd al vanuit ging. Is transport tijdverlies of een moment voor sociaal contact ? Maakt het eigenlijk wat uit hoe laat het is ? Zijn mensen altijd ongelukkiger met wat minder ? … Wat is nu werkelijk een probleem en waarvan maken wij een probleem ? Het is een kluif voor filosofen en het zijn levensvragen voor ons. En ondanks de soms confronterende armoede is het evengoed een kennismaking met een warm volk, een ongekend positivisme en een menslievendheid waarbij mensen met bijna niks je nog alles willen geven.

Jij en ik,
Het is vreemd, anders dan gewoon.
Anders kan ook gewoon zijn.
Best vreemd.

Intusen in Vidrare, een bergdorp in Bulgarije…

augustus 25, 2009 - Leave a Response

Twee grote slaapzalen, een douche en geurige Franse Toiletten, meer heeft een mens blijkbaar niet nodig. Verderop in het dorpje Vidrare werd een woonkamer omgetoverd tot een winkeltje en de bar ligt onder het postkantoor bij het gemeentehuis. Als je de drie straten van het dorp bent doorgelopen passeer je zonder twijfel het weeshuis, de bron van het leven in Vidrare. Iets meer dan 60 zieltjes brengen er hun dagen door, de ene al wandelend, de andere al zittend en nog andere al liggend…

Als je de deur van het weeshuis opengooit overvalt je een geur van chloor, pipi en gefrituurde boterhammen. Het zijn de typische ingredienten van een doordeweekse dag. De vloer wordt 3 keer per dag schoongemaakt, iets wat de kinderen ook wel wat meer zouden kunnen gebruiken.Als pamperdragend wezentje kun je maar beter iets voor twaalven of zevenen je toiletje doen als je geen uren met natte billetjes wil blijven zitten. Eens het eruit is zord je bijgevuld met een papje dat bestaat uit water, brood, tomaten en eventueel wat bonen. Voor de allerzwaksten zijn de eetmomenten vaak de sensatiemomenten vam de dag. Tussendoor zit of lig je neer, naar elkaar te luisteren, op de voormiddag bij de ergo na. De iets mobielere kunnen zich intussen uitleven tijdens de voormiddagwandeling en de namiddag-Disco (lees: muziek en een te kleine kamer). Als je geluk hebt ziet de animatrice wat in je en mag je soms met haar dansen. Soms is er wel een ontspanningsprogramma maar veel stelt het allemaal niet voor…

Een dag ziet er vaak hetzelfde uit en zo raak je zonder agenda in een wip de orientatie kwijt in de tijdskalender. Als je dan nog niet eens goed weet waar je precies op de aardbol loopt en geen hondje Engels begrijpt lijkt de wereld ineens erg klein.

Negen meisjes en een jongen kozen ervoor om drie weken lang samen de boel te gaan verkennen en met een rugzakje vol mopjes, plezier, begrip en handgel daar rond te huppelen. Terwijl de ene een dumbo tekent op de veel te roze kamermuur legt de ander Chinese voetbal uit met handen en voeten (voor zover er geen kind aamhangt). Voor we het wisten was het speelmoment voorbij en waten we aan tafel waar we vettig worden verwend. Boterhammen smijt je in het frituurvet, frieten drijven rond als waren het visjes en gesuikerde yoghurtdrankjes van Danone om het af te werken. Gelukkig maken komkommer en tomaat ook vast deel uit van het menu. En wie niet genoeg heeft laat subtiel het woord dessert vallen waarna de directeur himself naar de wiinkel holt om gauw wat ijsjes te kopen. Hoewel Bulgaren zeer nors en passief overkomen zijn ze erg gedienstig en gastvrij…

Als we na een lange siesta nog twee uurtjes verder animeren zit de dag er bij de kindjes alweer op. Smachtend naar een douche, verlangend naar een bed, radeloos bij de gedachte aan een sigaret… iedereen heeft zo wel zijn reden om tevreden richting schooltje/thuisbasis te gaan of lopen.

Na de wasrituelen bedenken we de laatste programmapuntjes voor de dag erna. Een balspel, of dat met die blinddoek.. en een toneeltje! Terwijl je het bedenkt zie je de kindjes het al spelen. Hoe later het wordt, hoe minder actief je nog luistert em hoe meer je in dromen verzinkt… Maar eens de nacht voorbij, het ontbijt achter de kiezen veer je recht bij het zien van het enthousiasme van de groep! We hebben allemaal ons plekje in de groep gevonden en daar zijn we best gelukkig mee.

Ja, het is hier best fijn!

Tot op 24 augustus, om 19u10 land ik in Zaventem na een tussenstop in Wenen!

Karel
Charlie
-X-

Anti-Sociale Marketing

juni 6, 2009 - Leave a Response

Zoals altijd namen we na het examen plaats op een terrasje om na te kaarten over het examen waarbij na elke 2 minuten wel iemand zegt ‘kom pff, tis gedaan, we kunnen er toch niks meer aan doen’ … ’seg, maar bij die vraag over …’, en je bent weer vertrokken.

Sociale marketing studeren is een hele onderneming. Vol enthousiasme hoop je op interessante tips om sociale campagnes uit te werken, goede en negatieve praktijkvoorbeelden, verschillende strategieën om je campagne een extra cachet te geven en hoe je dat in de praktijk nu allemaal best aanpakt. Tenslotte neem je de cursus en tel je een kleine 20 artikels waarvan meer dan de helft Engelstalige wetenschappelijke experimenten zijn.

Je leert over het -0,9-verband dat empathie heeft met maladaptive responses, of het interactie-effect van betrokkenheid op topic-framing. In hoeverre dat ik dergelijke zaken later allemaal in overweging ga nemen als ik achter mijn campagnedocument zit weet ik eigenlijk niet. Maar volgens de cursus is het een feit dat ik zoveel mogelijk mensen met een ‘coping style’ moet bereiken. Ik mail straks eens naar de gemeente of ze me een lijst daarvan kunnen bezorgen.

model

Oh, wat zegt u? Ik volg een academische opleiding en niet ‘maar hogeschool’ om de praktische zaak van de kant te kennen. Woops, glad vergeten dat ik nu bij de ‘elite van de maatschappij’ behoor die zich niet bezig houdt met het werkveld (volgens mijn cursus is de hoofdtaak van  NGO’s fondsenwerving en is het grote verschil met overheidsubsidies dat ze aan de overheid geen verantwoording moeten afleggen, yeah right).

Nee, het is blijkbaar de bedoeling dat ik modellen kan tekenen die met bijbehorende cijfertjes allemaal naar elkaar verwijzen. 14 van de 40 punten gingen dan ook over het opnoemen van alle verschillende variabelen die een invloed hebben op het mentale verwerkingsproces van een ‘guilt appeal’. Een Vlaamse prof die voor lessen aan de universiteit Engelstalige slides gebruikt, het zal wel bij het academische niveau horen zeker?

Ik hou van grote kapstokken waar ik de praktijk kan aan ophangen. Wetenschappelijke artikels met allerlei abstracte conclusies aan elkaar linken is echter minder mijn ding. Het is alsof elk stukje kennis  in een apart botsautootje stapte.  Van zodra ik mijn examenpapier kreeg ging de sirene loeien in mijn hoofd.

Misschien ben ik wel helemaal geen academicus. Ik wil ook helemaal niet ‘boven’ de samenleving staan om er naar de daken van huizen te kijken. Ik loop er liever tussen om te kijken wat er in die huizen gebeurt.

Zaterdag, examendag?!

mei 30, 2009 - 2 Responses

Vandaag was het dan zover, het eerste examen van de laatste examenperiode. Vandaag? Jawel, ‘n zaterdagochtend om 9u, meneer. Ik was alles behalve in mijn nopjes toen ik begrepen had dat de vaste glazen wijn op vrijdagavond minder tijd kregen om hun ding te doen.

Zaterdag kende dus het vaste examenritueel. De wekker heb je op een ontieglijk vroeg uur gezet waardoor je nog een half uur ligt door te mijmeren of opstaan om 5u nu echt wel nodig was. Vervolgens ga je de krant uithalen om weer eens vast te stellen dat je evengoed naar de laatste aflevering van Man Bijt Hond kon kijken. Dus je steekt de computer aan om te zien of je score op facebook nog werd verbroken. Vlak voor je de fiets opkruipt glijd je oog ook nog langs enkele cursusslides.

Eenmaal ter plaatse blijkt de deur van de universiteit nog dicht, logisch ook … wie komt op een zaterdag om 9u in godsnaam naar school?  De zijingang dan maar…

Blijkbaar ben ik niet de enige gedupeerde en het aanschouwen van frisse zomerjurkjes toveren brengen de levensgenieter in me naar boven terwijl je rustig door de gangen wandelt. Was het daar dat ik moest zijn? Dat schattige meisje had ik nochtans nooit opgemerkt tijdens de lessen. Maar 10 minuten later ben je haar alweer uit het oog verloren als de maagdelijk witte bladeren je aangapen. Eigenlijk had ik meer zin om terug te gapen (hoe onbeleefd ook!), maar al gauw trok ook het vragenblad mijn aandacht:

  • ‘Framing in het nieuws’, check!
  • Semantische entropie’, yes … gisteren nog uitgelegd aan de telefoon!
  • De dilemma’s van Luyendijk, check!
  • ‘Waarom is het nodig dat we historisch kritisch omspringen met beelden, en hebben we daar de mogelijkheden voor?’. Hoe geniaal is het niet om het nut van je eigen leerstof en cursus op het examen te bevragen. Maar dat was dus ook een check!
  • En dan nog dit:
Bespreek dit iconisch beeld

Bespreek dit iconisch beeld

Wat voor nuttigs kon je daar nu over zeggen. Dat het Obama is en dat het een beetje lijkt op de foto van Ché Guévarra? Ja! Obama wou de nieuwe vrijheidsstrijder zijn! … Oei ja, dat is misschien gevaarlijk dat mensen dat denken! Niet iedereen was dikke vriendjes met Ché, toch?  En zouden mensen dat binnen 10 jaar nog denken als ze dat prentje zien? Toch maar opletten, Barack!

De zon schiep de rest van de dag, en ik zag dat het goed was.